Lieve meneer bij de supermarkt

Dit was niet onze meest relaxte week tot nu. Het begon zondag: geen water en geen wifi. Maandag wel weer water maar nog geen wifi. De ‘mechanic’ kwam na een middag wachten niet opdagen dus helaas… Dinsdag kwam hij wel, maar toen waren wij niet thuis… Gelukkig kwam hij woensdagochtend langs en kon hij het repareren, dus kunnen we weer internetten, Skypen en Youtube aanzetten. Alleen woensdagmiddag kwam het volgende ongemak: bankpas ingeslikt, en die terugkrijgen is nog niet zo eenvoudig. Ik was al een tijd bezig om contact te krijgen met de desbetreffende bank maar dat lukte niet, en inmiddels waren de jongens al een half uur uit school, terwijl ik nog met vijf mensen rond de pinautomaat stond, en Raisa Joy erbij met haar nieuwe schoenen aan, maar ik had net niet genoeg cash geld bij me om ze ook echt te betalen. Tja wat doe je dan? Een ongemakkelijke situatie.

Toch… over de dingen van zondag tot en met woensdag hoefde ik heus niet te huilen. Maar nu zit ik met tranen in m’n ogen aan tafel. De gepensioneerde man bij de supermarkt vanmiddag… ‘He who knows his name’ hoor ik toepasselijk in een liedje op de achtergrond terwijl ik dit schrijf. Ik weet zijn naam niet, maar God wel..

Lieve meneer, dit is wat ik u zou willen schrijven: Vandaag zag ik u staan voor de supermarkt. Het was de tweede keer dat ik u zag. Of misschien heeft u er al wel vaker gestaan, maar heb ik u niet opgemerkt omdat ik zo bezig was met andere dingen. U staat daar met 4 kleine gerookte visjes in uw hand. In de kou, in weer, wind en sneeuw. Al lang met pensioen, maar het is duidelijk aan u te zien dat uw pensioen niet toereikend is. ‘Hoeveel zou u ermee verdienen?’ vraag ik me af. Omgerekend zo’n €0,50? Maar elke Lei die het oplevert is er weer 1..

Ik ken u niet, en velen kennen u niet. De mensen zien u niet echt staan, zo lijkt het. Maar vandaag dacht ik, laat ik u eens niet voorbij lopen met lege handen, zoals de vorige keer. Het liefst zou ik de visjes kopen, dan had u eer van uw werk. Maar even heel eerlijk, het zag er niet zo aantrekkelijk uit. En al zou het er wel aantrekkelijk uit hebben gezien, dan zou ik het nog niet willen opeten, omdat zoveel water hier in dit land vergiftigd is, of in elk geval ongezond is.

In de winkel bedacht ik me, wat zou u lekker vinden? Waar zou ik u blij mee maken? Onze smaken lopen duidelijk uiteen :). Dus ik besluit maar tot een snickers. Geen idee of het goed zal vallen of niet, ik wil u ook weer niet beledigen namelijk.

Na het betalen loop ik naar u toe en zeg “ik houd niet zo van vis, maar misschien houdt u wel van snickers?” en u kijkt me aan.. In een ogenblik zie ik de vriendelijkheid die achter de pijn verscholen zit. Uw ogen vertellen heel veel… Ik zie een mengeling van pijn, oud zeer, hoop en wanhoop, een kleine twinkeling van vreugde, armoede... Wat bent u een bijzondere man. Ik denk dat u veel hebt meegemaakt, en toch probeert u het beste ervan te maken.

Wij hadden dan een paar dagen geen water, wifi of bankpas, maar de kans is heel groot dat u dit nooit heeft. En dat doet pijn. Uw pijn raakt me. En ik weet dat het de Heer Jezus ook raakt. Ik weet ook dat deze ontmoeting geen toeval was en ik hoop dat ik vandaag even uw zonnestraaltje was. Niet zozeer vanwege de snicker die u op at als een glunderend kind, maar omdat ik stilstond en u zag. Want meneer die visjes probeert te verkopen om zo uw avondmaaltijd te kunnen betalen, de God van het universum ziet u. Hij heeft u op het oog…

Ik stap de auto in en ik zie u zoeken. Nog even contact, we zwaaien naar elkaar. Hopelijk tot de volgende keer. Dan vraag ik uw naam… En wat u lekker vindt uit de supermarkt :).